Bijen en wespen

bijen3

Veel solitaire bijen en wespen gebruiken bestaande gangen om hun eitjes in te leggen. U kunt hen helpen door gangen te maken in houtblokken, (bamboe)stengels of klinkers.

In houtblokken kunnen gaten worden geboord waarin de bijen en wespen graag nestelen. Gebruik hiervoor een harde houtsoort zoals eiken, beuken, fruitbomen of berk. Zachtere houtsoorten zoals naaldhout, wilgen en populieren, vezelen teveel, waardoor de gaten niet glad worden. Boor gaten in het hout van 40 tot 100 mm diep. Gaten kunnen gemaakt worden met een doorsnede tussen de 2 en de 10 mm. Gaten met een diameter tussen de 3 en de 6 mm moeten het meest vertegenwoordigd zijn. Boor het liefst 'kops' in het hout. Daardoor krijgt men gladdere gaten. De gaten mogen niet door het hout heen geboord worden en elkaar ook niet kruisen. Men heeft meer succes als gaatjes van verschillende grootte naast elkaar liggen. Na het boren moet het houtblok nog even worden afgeschuurd om de vezeltjes langs de randen van de boorgaten te verwijderen. Tenslotte moet het boorsel uit de gangen geklopt worden.
Hang het blok op een rustig plaatsje, het liefst in de volle zon op het zuiden of het zuidoosten. De bijen en wespen moeten ongestoord kunnen aanvliegen.

bijen
Daarnaast kunnen bamboestokken, rietstengels of strohalmen gebruikt worden. Neem een bosje bamboestokken, tussen de 4 en 12 mm breed. Zaag ze achter de verdikkingen of knopen in stukken. Hierdoor is er een open (voor)kant voor de bijen en wespen en een gesloten (achter)kant. Hetzelfde kunt u doen met andere holle stengels zoals riet.
Bind de stokjes bij elkaar en hang ze eveneens op een rustig plaatsje horizontaal op. Mits in de zon, kunnen ze ook op vele andere plaatsen verwerkt worden, bijvoorbeeld in holle bouwstenen. In plaats van stengels kunnen ook dunne glazen buisjes worden gebruikt. Dan krijgt men prachtig te zien hoe de verschillende cellen gevuld worden met stuifmeel (bijen) of diertjes (wespen) en de larven zich ontwikkelen. Wanneer de gang aan de voorzijde is dichtgemetseld, is de gang in gebruik genomen. Er is dan een hele rij cellen in de gang gemaakt; in elke cel ontwikkelt zich een nieuw bijtje of wespje.

Als er niet in een gang gemetseld wordt, wil dit nog niet zeggen dat hij niet gebruikt wordt. Veel solitaire bijen en wespen slapen of schuilen tijdens slecht weer in andere gangen dan die waarin ze metselen. Mannetjes metselen nooit maar slapen wel in de gangen.
Het is mogelijk om houtblokken en bamboestengels tegen regen te beschermen door er een dakje boven te maken of de bamboestengels in regenpijp of andere buizen te steken.
De gangen hoeven nooit te worden schoon gemaakt. Bijen en wespen die de gang willen gaan gebruiken, reinigen deze zelf.Met een steenboor kan men in harde stenen, zoals klinkers, basalt- en granietblokken gangen boren. Zachtere steensoorten zijn veel minder geschikt. Zij nemen teveel vocht op waardoor de gangen te kil zijn. Maak gangen met een doorsnede van 5-7 mm of 10-12 mm.

bijen-1

Lemen wanden voor solitaire bijen en wespen
Een aantal soorten bewoont holen in lemen wanden. Deze soorten kunnen vrij eenvoudig geholpen worden wanneer u aan leem kunt komen. Maak een houten kist van bijvoorbeeld 70 cm lang, 50 cm breed en 15 cm diep. Vul de bak met vochtige leem. In de nog vochtige leem kunt u gaatjes prikken van 5 tot 8 mm doorsnede.
De bak wordt, minimaal 50 cm hoog, op het zuiden opgehangen of op een onderstel geplaatst waarbij de lemen bak verticaal staat. Zorg ervoor dat hij niet kan bewegen.
Mergstengels voor solitaire bijen en wespen
Enkele solitaire bijen en wespen leven in stengels waar ze het merg uitgeknaagd hebben. Ook afgesneden takken van allerlei planten worden gebruikt. Vooral stengels van vlier, bramen, rozen, toortsen, teunisbloemen, frambozen en andere bessen en distels worden bewoond. De takken kunnen in stukjes van circa 15 cm worden geknipt, gebundeld en met de opening op het zuiden worden neergelegd of opgehangen.
Afgeknipte overjarige stengels van bramen, toortsen, distels, vlinderstruik, vlier en frambozen van ongeveer een meter lang, kunnen verticaal in de grond worden gestoken. Zomaar ergens neerleggen heeft geen zin. Vochtige, rottende stengels zijn ongeschikt voor de dieren.

Nesten voor hommels
Een hommelkoningin moet ieder jaar opnieuw op zoek naar een nestplaats. Meestal zoekt ze hiervoor verlaten muizenholen, nissen in muren of een plek onder een graspol. Vaak zijn in tuinen weinig geschikte plekken te vinden.
Er zijn speciale nestkastjes voor hommels, maar de ervaringen hiermee zijn matig. Wel krijgt men vaak Boomhommels in nestkastjes van holenbroeders, waaruit het oude nest niet is verwijderd.
Wat wel aardig werkt is het plaatsen of ingraven van een aantal omgekeerde, iets schuin opgestelde, vrij forse bloempotten (zie figuur). Het gaatje in de bodem moet wel wat groter worden gemaakt. In de pot kan wat droog stro of mos worden gelegd. De potten moet al eind februari worden opgesteld, want de Boom- en de Aardhommel vliegen dan al. Indien hij in mei nog niet bewoond is, ook niet door muizen of andere dieren, kan hij weer worden verwijderd.




plants