Bijen en
wespen

Veel solitaire bijen en
wespen gebruiken bestaande gangen om hun eitjes in te leggen. U
kunt hen helpen door gangen te maken in houtblokken,
(bamboe)stengels of klinkers.
In houtblokken
kunnen gaten worden geboord
waarin de bijen en wespen graag nestelen. Gebruik hiervoor een
harde houtsoort zoals eiken, beuken, fruitbomen of berk. Zachtere
houtsoorten zoals naaldhout, wilgen en populieren, vezelen teveel,
waardoor de gaten niet glad worden. Boor gaten in het hout van 40
tot 100 mm diep. Gaten kunnen gemaakt worden met een doorsnede
tussen de 2 en de 10 mm. Gaten met een diameter tussen de 3 en de 6
mm moeten het meest vertegenwoordigd zijn. Boor het liefst 'kops'
in het hout. Daardoor krijgt men gladdere gaten. De gaten mogen
niet door het hout heen geboord worden en elkaar ook niet kruisen.
Men heeft meer succes als gaatjes van verschillende grootte naast
elkaar liggen. Na het boren moet het houtblok nog even worden
afgeschuurd om de vezeltjes langs de randen van de boorgaten te
verwijderen. Tenslotte moet het boorsel uit de gangen geklopt
worden.
Hang het blok op een rustig plaatsje, het liefst in de
volle zon op het zuiden of het zuidoosten. De bijen en wespen
moeten ongestoord kunnen aanvliegen.

Daarnaast kunnen
bamboestokken,
rietstengels of strohalmen gebruikt worden. Neem een bosje
bamboestokken, tussen de 4 en 12 mm breed. Zaag ze achter de
verdikkingen of knopen in stukken. Hierdoor is er een open
(voor)kant voor de bijen en wespen en een gesloten (achter)kant.
Hetzelfde kunt u doen met andere holle stengels zoals riet.
Bind de
stokjes bij elkaar en hang ze eveneens op een rustig plaatsje
horizontaal op. Mits in de zon, kunnen ze ook op vele andere
plaatsen verwerkt worden, bijvoorbeeld in holle bouwstenen. In
plaats van stengels kunnen ook dunne glazen buisjes worden
gebruikt. Dan krijgt men prachtig te zien hoe de verschillende
cellen gevuld worden met stuifmeel (bijen) of diertjes (wespen) en
de larven zich ontwikkelen. Wanneer de gang aan de voorzijde is
dichtgemetseld, is de gang in gebruik genomen. Er is dan een hele
rij cellen in de gang gemaakt; in elke cel ontwikkelt zich een
nieuw bijtje of wespje.
Als er niet in een gang
gemetseld wordt, wil dit nog niet zeggen dat hij niet gebruikt
wordt. Veel solitaire bijen en wespen slapen of schuilen tijdens
slecht weer in andere gangen dan die waarin ze metselen. Mannetjes
metselen nooit maar slapen wel in de gangen.
Het is mogelijk om
houtblokken en bamboestengels tegen regen te beschermen door er een
dakje boven te maken of de bamboestengels in regenpijp of andere
buizen te steken.
De gangen hoeven nooit te worden schoon gemaakt.
Bijen en wespen die de gang willen gaan gebruiken, reinigen deze
zelf.Met een steenboor kan men in harde stenen, zoals
klinkers,
basalt- en granietblokken gangen boren. Zachtere steensoorten zijn
veel minder geschikt. Zij nemen teveel vocht op waardoor de gangen
te kil zijn. Maak gangen met een doorsnede van 5-7 mm of 10-12
mm.

Lemen
wanden voor solitaire bijen en wespen
Een aantal soorten bewoont holen in
lemen wanden. Deze soorten kunnen vrij eenvoudig geholpen worden
wanneer u aan leem kunt komen. Maak een houten kist van
bijvoorbeeld 70 cm lang, 50 cm breed en 15 cm diep. Vul de bak met
vochtige leem. In de nog vochtige leem kunt u gaatjes prikken van 5
tot 8 mm doorsnede.
De bak wordt, minimaal 50 cm hoog, op het
zuiden opgehangen of op een onderstel geplaatst waarbij de lemen
bak verticaal staat. Zorg ervoor dat hij niet kan
bewegen.
Mergstengels voor
solitaire bijen en wespen
Enkele solitaire bijen en wespen leven
in stengels waar ze het merg uitgeknaagd hebben. Ook afgesneden
takken van allerlei planten worden gebruikt. Vooral stengels van
vlier, bramen, rozen, toortsen, teunisbloemen, frambozen en andere
bessen en distels worden bewoond. De takken kunnen in stukjes van
circa 15 cm worden geknipt, gebundeld en met de opening op het
zuiden worden neergelegd of opgehangen.
Afgeknipte overjarige stengels van bramen, toortsen, distels,
vlinderstruik, vlier en frambozen van ongeveer een meter lang,
kunnen verticaal in de grond worden gestoken. Zomaar ergens
neerleggen heeft geen zin. Vochtige, rottende stengels zijn
ongeschikt voor de dieren.
Nesten voor
hommels
Een
hommelkoningin moet ieder jaar opnieuw op zoek naar een nestplaats.
Meestal zoekt ze hiervoor verlaten muizenholen, nissen in muren of
een plek onder een graspol. Vaak zijn in tuinen weinig geschikte
plekken te vinden.
Er zijn speciale nestkastjes voor hommels, maar de ervaringen
hiermee zijn matig. Wel krijgt men vaak Boomhommels in nestkastjes
van holenbroeders, waaruit het oude nest niet is verwijderd.
Wat
wel aardig werkt is het plaatsen of ingraven van een aantal
omgekeerde, iets schuin opgestelde, vrij forse bloempotten (zie
figuur). Het gaatje in de bodem moet wel wat groter worden gemaakt.
In de pot kan wat droog stro of mos worden gelegd. De potten moet
al eind februari worden opgesteld, want de Boom- en de Aardhommel
vliegen dan al. Indien hij in mei nog niet bewoond is, ook niet
door muizen of andere dieren, kan hij weer worden verwijderd.



